Juni 2011

  • Afdrukken

Nieuwsbrief Stichting Help helpen Juni 2011

Beste mensen,

In de vorige nieuwsbrief heb ik u verteld over het vertrek van mijn beoogde opvolger broeder Constant Tagyang. Na zijn overplaatsing naar Kumasi dacht het bisdom Ho aanspraken te kunnen maken op de door mij en enkele Ghanezen opgerichte Dodzi-coöperatie.

Ik woon namelijk op een compound van het Ho-diocees en mijn aanwezigheid in Ghana wordt gelegitimeerd door een vergunning waaruit blijkt dat ik voor het bisdom werk. Bovendien was ik bestuurslid van Dodzi. Om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen heb ik het initiatief genomen om Dodzi te vervangen door een nieuwe NGO. Deze heet "Help Helpen Vision" en wordt in de volksmond "Vision" genoemd. Alle bezittingen van Dodzi, zoals uitstaande leningen (micro-kredieten), 8 hectare landbouwgrond, enkele gebouwtjes, diverse landbouwmachines en de inmiddels vijf jaar oude teakplantage, met een gezamenlijke waarde van circa 75.000 euro zijn bij overeenkomst overgeheveld naar Vision. tegelijkertijd heb ik een nieuw bestuur aangetrokken dat ik in het kort aan u voorstel:

Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2011 01

  • Kofi Adza Dickson, 54 jaar. Accountant en boer. Heeft in drie jaar tijd in mijn dorp Golokuati een mooi biologisch landbouwbedrijf opgezet.
  • Richard John Deih, 60 jaar. Advocaat en werkzaam bij een grote scheepvaartmaatschappij in Tema.
  • Willy Momy, 69 jaar. Zakenman. Heeft een grote winkel met allerlei artikelen in Hohoe. Woont in een dorpje bij mij in de buurt en heeft daar een goed lopend hotel-restaurant. Zet zich sinds jaar en dag in voor jongeren en gehandicapten in zijn omgeving. Willy is een rustige man, maar zeer gericht op actie en praktische uitvoering.
  • Kingsley Setu, 57 jaar. Voorzitter van de nieuwe NGO. Hoofd van de katholieke middelbare school in Golokuati en zeer sociaal voelend.
  • Benedictus Delali Agbodza, 45 jaar. Onderwijzer en raadslid in Gbodome. maatschappelijk zeer betrokken.

Ikzelf maak als adviseur en toezichthouder deel uit van dit gezelschap. Alle vijf de bestuursleden genieten aanzien in hun omgeving. In de loop der jaren hebben zij veel kennis en ervaring opgedaan en bewezen zich voor hun gemeenschap te willen inzetten. Zij willen niet alleen vergaderen en besturen, maar ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen steken om de leefomstandigheden in hun regio te verbeteren. Met dit bestuur ligt er een goede basis om verder te gaan.

De eerste helft van 2011 heeft grotendeels in het teken gestaan van voltooiing van lopende projecten. Het waterproject in Alavanyo, bestaande uit vier waterpompen, zou begin 2011 met twee pompen worden uitgebreid. De aannemer kreeg tijdens het slaan van de putten een defect aan zijn boormachine. Er moest gewacht worden op onderdelen uit India. De levering duurde ongeveer twee maanden. Tijdens het uitpakken bleek dat de verkeerde spullen waren opgestuurd. Om verdere vertraging te voorkomen is de aannemer toen zelf maar naar India gevlogen om de juiste onderdelen te kopen. Momenteel wordt de laatste hand aan het project gelegd. Wel nieuw is een watervoorziening voor het uit 350 inwoners bestaande dorpje Kpormedoe. Deze boerengemeenschap beschikt over 1600 hectare vruchtbare landbouwgrond aan een rivier. In de regentijd krijgen de eigenaren hulp van meer dan 1.000 dagloners uit de omgeving. Generatie na generatie voorzag in haar levensonderhoud met de teelt van diverse gewassen zoals mais, yams en cassaves. Maar wat 70 jaar lang niet gebeurde, vindt de laatste jaren plaats. In het droge seizoen (november t/m maart) bevat de rivier geen druppel water meer. Voor de bevolking zijn de gevolgen bijzonder ernstig. Vrouwen en kinderen moeten grote afstanden afleggen om aan (vervuild) water te komen. Kinderen gaan daardoor niet of minder naar school en vrouwen verliezen onnodig veel tijd, waardoor ze aan ander werk niet toekomen. Bovendien steken door de slechte waterkwaliteit in het droge seizoen ziektes als tyfus, cholera en diarree de kop op. Voorheen kon het hele jaar op het land gewerkt worden. De droogvallende rivier bekort deze periode met vijf maanden met als gevolg minder productie en minder inkomsten. Het resultaat van dit alles is dat de een na de ander het dorp verlaat. Enkele actieve dorpelingen zagen deze neergang met lede ogen aan en belegden met alle inwoners een vergadering. Dit leidde tot een plan dat moet voorzien in voldoende water voor mens, dier en akkers. Met financiële steun uit Nederland kon ik de mensen in Kpormedoe helpen met de aanleg van een waterput en pompinstallatie.

De school in Likpe Bala is recentelijk afgebouwd. Met de ingebruikname van het nieuwe onderkomen hoeven leerlingen en docenten niet meer te vrezen voor instortingsgevaar. De bevolking heeft in de vorm van communallabour letterlijk haar steentje aan dit project bijgedragen. Na de bouw van nieuwe schooltjes zie ik vaak dat motivatie en betrokkenheid van leerlingen, docenten en ouders bij het onderwijs toenemen. Ik ga ervan uit dat dit ook in Likpe het geval zal zijn.

Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2011 02

De restanten van de 80 jaar oude school in Likpe Bala zijn vervangen

Ook met onze nieuwe coöperatie blijven we proberen het werk van boeren en boerinnen in mijn omgeving aantrekkelijker en lucratiever te maken. In de nieuwsbrief van juli 2009 en volgende heeft u kennis kunnen maken met de veelbelovende jonge boer Mawuli en de Agbeko vrouwengroep (26 vrouwen en 4 mannen). Het zijn stuk voor stuk hardwerkende, gemotiveerde mensen met de nodige landbouwkennis. Ondanks alle inspanningen valt het hun nog niet mee een behoorlijke boterham te verdienen. De vrouwengroep verbouwt niet alleen cassaves, maar maakt er in haar fabriekje ook meel van. Dit product wordt verpakt en verkocht in grote steden als Tema en Accra. Behalve van onze coöperatie heeft de groep ook een lening van de Ghanese overheid ontvangen. De overeenkomst verplichtte de vrouwen om met het ontvangen geld machines aan te schaffen bij de firma Gratis. Deze machines blijken van inferieure kwaliteit en moeten om de haverklap gerepareerd worden. Hierdoor stagneert niet alleen de productie; het zadelt de groep ook nog eens op met extra hoge kosten. Behalve deze tegenslag is er ook een lichtpuntje: het Ministerie van Landbouw heeft de vrouwen als enige in de regio aangewezen om mee te doen aan een landelijk foodprocessing project. Deelname hieraan garandeert hun een vaste afzetmarkt. Tevens kan de groep financiële steun van de overheid tegemoet zien. De vrouwen hebben bij het ministerie geklaagd en geëist dat zij in het ervolg hulp gelden mogen besteden bij firma's van hun eigen keuze.

Mawuli is een doorzetter zoals ik er nog maar weinige heb ontmoet. Omdat hij zelf geen land heeft, moet hij het huren. Liefst dichtbij een rivier om in de droge tijd groenten te kunnen kweken. Begin dit jaar nodigde hij mij uit om zijn farm te bewonderen. Er stonden duizenden witte kolen te pronken en zijn garden eggs en peperplantjes stonden in bloei. Hij was heel opgetogen en maakte al plannen voor het volgende seizoen. De toekomst straalde hem tegemoet. Twee weken later zat ik op de veranda en vanaf de weg naderde een geslagen man met hangende schouders en gebogen hoofd: Mawuli. "Wat zou er nu weer zijn gebeurd," flitste het door me heen. "Miss .... .Ik weet me geen raad. Mijn hele oogst is mislukt. Vier acres." We lieten er geen gras over groeien en gingen naar zijn farm. Ogenschijnlijk waren de kolen nog goed, maar als je ze afsneed, zag je dat ze rot waren. Ze stonken en zo was het ook met de andere groenten gesteld. Als echte Afrikaan dacht hij dat zijn land behekst was en hij een verloren man. Het enige dat hij nog had, was een schuld aan onze coöperatie. Ik heb een betalingsregeling met hem getroffen en hem moed ingepraat om opnieuw te beginnen. Een paar weken geleden kwam hij me trots vertellen dat de nieuwe oogst er prachtig bij stond. Hij werkt samen met 15 jonge mensen, die een groep willen vormen. Ik zie vol spanning uit naar het vervolg waarvan ik u op de hoogte zal houden.

Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2011 03
Een radeloze Marwuli bij de aangetaste kool

In de vorige nieuwsbrief heb ik u verteld over Nederlandse studenten die sinds augustus 2010 stage lopen in ziekenhuizen bij mij in de omgeving. Hun aantal is inmiddels gestegen tot boven de 30. Zij zijn bijzonder welkom want de Ghanese gezondheidszorg moet zich behelpen met veel te weinig personeel. Dit komt onder meer doordat veel artsen en verpleegkundigen na hun opleiding een baan in het buitenland zoeken. Jongeren uit de Volta Regio zijn voor een opleiding verpleegkunde hoofdzakelijk aangewezen op een trainingscentrum in de hoofdstad Ho. Jaarlijks melden zich meer dan 1.000 studenten aan, maar de school kan er slechts 200 plaatsen. Met deze kennis in het achterhoofd hebben vijf studentes van de Avans Hogeschool Breda, afdeling verpleegkunde, van half maart tot half juni 2011 in Ghana gewerkt aan hun afstudeerwerkstuk. Zij deden onderzoek naar de mogelijkheden om bij mij in de buurt een verpleegstersopleiding te starten. Hun conclusies komen er kortweg op neer dat een tweede verpleegstersopleiding in de Volta Regio in een grote behoefte zou voorzien en dat het ziekenhuis in Kpandu, niet ver van mijn woonplaats Golokuati, graag wil meewerken aan een dergelijk initiatief. Het ziekenhuis stelt hiervoor zelfs gebouwen ter beschikking, maar die moeten nog wel aan hun nieuwe functie worden aangepast. De studentes hebben eveneens de regionale minister bezocht. Ook hij heeft namens de overheid medewerking en financiële steun toegezegd. Als de plannen doorgaan, zullen de contacten met R.O.C. en Avans Hogeschool Breda worden geïntensiveerd.
Met genoegen blijf ik u op de hoogte houden over de voortgang van mijn werk in Ghana.