Gezondheidszorg

Gezondheidszorg.

logostichting helphelpenWies wordt in de Volta Regio geconfronteerd met een groot aantal armoedeproblemen van uiteenlopende aard. Zo laat de gezondheidszorg zeer te wensen over. Veel moeders en baby’s sterven in het kraambed. Vandaar dat Wies zich voortdurend inzet voor het geven van goede voorlichting op het gebied van hygiëne en de bouw van (kraam)kliniekjes en consultatiebureaus.

Van 2000 tot 2005 lukte het haar om twee kraamkliniekjes en twee consultatiebureaus te bouwen en een bestaand ziekenhuis te renoveren. In deze accommodaties kunnen vroedvrouwen en verplegend personeel betere zuigelingenhulp bieden en veel hygiënischer werken. Dit vermindert de kans op overlijden van moeders en baby’s tijdens bevallingen aanzienlijk. Gezondheidszorg 02

De sanitaire voorzieningen in de Volta Regio zijn erbarmelijk waardoor een volksziekte als cholera gemakkelijk om zich heen kan grijpen. De dorpelingen graven bij hun huisjes en hutjes een gat in de grond waarin ze hun behoefte doen en dat ze met een paar planken afdekken. Is de kuil bijna vol, dan vullen de bezitters hem op met aarde, waarna zij een meter verder een nieuw gat graven. Rondom dit “toilet” wordt, ter bescherming van de privacy, een eenvoudig houten of bamboe hokje geplaatst.
Weggebruikers, zoals (vrachtwagen)chauffeurs doen hun behoefte meestal in het struikgewas langs de openbare weg. Voor een dorp als Golokuati leverde deze sanitaire gewoonte enkele jaren geleden nog grote problemen op. Deze inmiddels tot 6.000 zielen uitgegroeide gemeente ligt namelijk aan een steeds drukker wordend kruispunt van doorgangswegen, waaronder een route naar buurland Togo. Inmiddels beschikt Golokuati over een uit 12 W.C.’s bestaande openbare toiletruimte. In twee andere plaatsen heeft Wies, samen met de ingezetenen, ook dáár toiletgroepen gebouwd.
 
In 2004 kwam in Golokuati een groot drinkwaterproject met 22 tappunten gereed. Vóór die tijd was het dorp aangewezen op vier (verouderde) handmatig te bedienen waterpompen. In het regenseizoen gaf dat geen problemen. Via hun dakgoten vingen de dorpelingen regenwater op in tonnen en haalden voor eventuele aanvulling water uit de put. Maar in het jaarlijks terugkerende, vijf maanden durende droge seizoen, waarin praktisch geen druppel regen valt, konden de pompen niet aan de vraag voldoen. Met name vrouwen en kinderen stonden dan dagelijks uren in de rij voor een paar emmers water. Hierdoor gingen kinderen niet of veel te laat naar school en verloren de toch al druk bezette vrouwen onnodig veel tijd. Uit pure frustratie ontstonden er relletjes en zelfs vechtpartijen bij de waterpompen. De oorspronkelijke bewoners meenden namelijk meer rechten te bezitten dan de nieuwkomers. Zij begonnen zich dan veelvuldig tegen hen te keren. Om de lange wachttijden te ontlopen werd ook water uit een nabij gelegen, met bilhazia besmet en met bestrijdingsmiddelen verontreinigd riviertje gehaald. De gevolgen voor de gezondheid laten zich raden. 
Met behulp van een Ghanese ingenieur, de bevolking van Golokuati en financiële steun vanuit Nederland kon Wies een waterleidingstelsel laten aanleggen. Deze voorziening bestaat uit een watertoren en 22, verspreid over het dorp, liggende tappunten. Toren en tappunten zijn met elkaar verbonden door een ondergronds buizennetwerk van ruim 10 kilometer. Voor schoon drinkwater hoeven de dorpelingen voortaan niet meer in de rij te staan. Ook zijn zij niet langer aangewezen op het vervuilde water van de rivier.