December 2002
Nieuwsbrief stichting Help helpen december 2002,
In de nieuwsbrief van juli 2002 konden wij u berichten dat Rob van Hoorn het plan had opgevat om na drie jaar fondsenwerving voor Wies eens een kijkje te gaan nemen in de Ghanese Volta Regio. Tezamen met inzamelingsacties van mevr. dr. A. Giedings en de stichtingen "Help Ghana" en "Samenwerking Goirie-Ghana" kon de afgelopen drie jaar meer dan 150.000 euro op de rekening van Wies bij de Bresillac Foundation van de paters s.m.a. worden bijgeschreven. Benieuwd naar het rendement van deze investeringen verbleef Rob in september en oktober 2002 in het huis van Wies in Golokuati en bezocht hij talloze projecten. Zijn verslag treft u hieronder aan.
De Ghanese Volta Regio ligt ingeklemd tussen het Volta Meer en buurland Togo, is ongeveer zo groot als Nederland en telt circa 1,3 miljoen inwoners. Naast het Ewe is Engels de voertaal. Dwars door het ruim 3.000 inwoners tellende Golokuati lopen twee belangrijke, elkaar in het dorp kruisende, wegen: de noord-zuid verbinding van Accra naar Hohoe en de oost-west route naar Togo. In de nabije omgeving van het kruispunt bevindt zich een politiepost met slagbomen. Hier wordt al het doorgaande verkeer aangehouden en gecontroleerd. Rond deze post heerst veel bedrijvigheid en de handel tiert er welig. Toch leven de meeste dorpelingen, evenals elders in de Volta Regio, van de landbouw. Het gemiddelde inkomen schorÎunelt rond de euro per dag. De helft van de bevolking is jonger dan 20 jaar. Er zijn veel jonge, ongehuwde moeders en veel éénouder gezinnen. Mede door het grote vrouwenoverschot komt polygamie op uitgebreide schaal voor. Met Golokuati als uitvalsbasis spant Wies zich al sinds jaar en dag in om de arme bevolking in haar streek een menswaardiger bestaan te bieden. Met nooit aflatende energie luistert zij zes dagen in de week van zonsopgang tot zonsondergang naar de problemen van haar bezoekers. Samen met hen probeert zij oplossingen te vinden, hetgeen de afgelopen jaren leidde tot uitvoering van een groot aantal projecten. Voor het overzicht hiervan verwijs ik u naar de laatste twee bladzijden van deze nieuwsbrief.
Om je dertig jaar in een ontwikkelingsland staande te houden en om iets te bereiken, moet je niet alleen over een tomeloze inzet, maar ook over een groot incasseringsvermogen beschikken. Mensen zoals Wies richten hun zorg op de plattelandsbevolking. Door de daar heersende armoede en de gebrekkige kansen trekken veel gestudeerde Ghanezen naar de grote steden of het buitenland. Hierdoor moet een ontwikkelingswerker het in zijn omgeving vaak stellen met minder geschoolde en gekwalificeerde krachten, wat zijn werk alleen maar bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat de Ghanese overheid en grote instellingen als banken, Ghana-telecom en elektriciteitsmaatschappijen ook regelmatig tekort schieten. Tijdens mijn verblijf in Ghana maakte ik daar zelf enkele staaltjes van mee: Een lid van de door Wies opgerichte Dodzi-cooperatie had op zijn land enkele honderden papaja- boompjes uitgezet. Deze worden in rijen geplant met drie of vier bij elkaar. Wanneer de boompjes in bloei staan, kunje zien welke mannelijk, vrouwelijk of hermafrodiet (tweeslachtig) zijn. Aangezien een mannelijke papaja-boom geen vruchten draagt, wordt hij altijd omgehakt. Moet er gekozen worden tussen een vrouwtje en een hermafrodiet, dan blijft de laatste staan.
De MOF A, het Ghanese Ministerie van Landbouw, had de boer een adviseur toegewezen, die ter plaatse een kijkje kwam nemen. Deze "deskundige" gaf de boer vervolgens praktijkles in het kappen van papaja-bomen en hakte voor diens ogen een groot aantal hermafrodieten om
De betreffende boer tussen zijn jonge papaja-bomen
Zes jaar geleden besloot Wies met inwoners van Golokuati een fabriekje te starten voor het drogen van mais. Deze "dryblower" was een uitvinding van de universiteit van Kumasi en medewerkers hiervan zouden de machine komen installeren. Met geld van Wies en plaatselijk "aandelenkapitaal" werden een werkplaats gebouwd en de nodige elektrische leidingen aangelegd. De droger heeft echter nooit gefunctioneerd omdat de buizen die de warme lucht moesten transporteren onvoldoende isolerend vermogen bezaten. Hierop volgde een zes jaar durende schriftelijke woordenstrijd tussen Wies en de universiteit. Wies beschuldigde dit instituut van wanprestatie en bleef onophoudelijk aandringen op herstel. Al haar pogingen bleven vruchteloos tot september 2002. Onaangekondigd stonden op een dag plotseling twee medewerkers van de universiteit voor haar deur met de boodschap dat ze de buizen kwamen vervangen en de machine renoveren. Er was echter een klein probleem. Ze konden de motor niet starten want de stroomvoorziening was weggehaald. Dat klopte. Die was twee jaar geleden, tezamen met de meter, door de elektriciteitsmaatschappij verwijderd. Ten onrechte, aangezien de eigenaren van het fabriekje deze aansluiting destijds zelf hadden betaald. Wies kon de directie van de maatschappij er echter niet toe bewegen de kabels gratis terug te plaatsen. Maar voor het bedrag van 500 euro zou dat de volgende dag alsnog gebeuren. Wies kon niet anders dan betalen en wachtte de komst van de werklui af Toen er na drie dagen nog niemand was verschenen, nam ze contact op met het districts-kantoor in Hohoe. Van een medewerker kreeg ze te horen dat Golokuati pas als elfde op de lijst stond en dat het aanleggen van de leidingen door drukke werkzaamheden nog wel enkele weken kon duren. Hierop zijn Wies en ik de volgende dag naar de directie in Hohoe gereden. Ik stelde me voor als Nederlandse controleur van besteding van ontwikkelingsgelden en wees hun op de met Wies gemaakte afspraken. Als men deze niet zou nakomen, zou ik mijn bevindingen schriftelijk rapporteren aan de Ghanese president en een kopie hiervan doorsturen naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland. Toen wij 's middags in Golokuati terugkeerden, zagen we tot ons genoegen een ploegje werklui bezig met het aanleggen van de elektriciteit. Het kon dus blijkbaar wel! Wies liet me eind november telefonisch weten dat medewerkers van de Kumasi-universiteit de "dryblower" aan het maken waren na twee keer eerder niet op de afgesproken dag te zijn ver- schenen. En nu maar hopen dat het fabriekje na zes jaar eindelijk zijn poorten kan openen! Het op de laatste twee pagina's afgedrukte overzicht van investeringen gedurende de periode 1999 tot oktober 2002 maakt een onderverdeling in onderwijs, gezondheidszorg, kleinschalige bedrijfjes, landbouw, veeteelt en visserij. Hieronder volgt een korte bespreking:
Onderwijs en gezondheidszorg
Het betreft hier in grote lijnen de bouw van scholen, consultatiebureaus, kraarnkliniekjes, latrines en toiletten met spoelbakken. De stenen schoollokalen vervangen in de meeste gevallen primitieve, uit leem of bamboe opgetrokken onderkomens. Een hele vooruitgang want betere gebouwen betekenen minder lesuitval en resulteren in goed gemotiveerde ouders en leerkrachten. De peuterdagverblijven verlichten de taken van moeders aanzienlijk. Zij hoeven nu niet langer met hun kroost op de rug hun landje te bewerken.
Werken aan het dak van een school
In de Volta Regio overlijdt 20% van de kinderen vóór het vijfde levensjaar. Ook het sterftecijfer van moeders en babies tijdens bevallingen ligt hoog. Consultatiebureaus en kraarnkliniekjes stellen verpleegsters en vroedvrouwen in staat de overlevingskansen van moeders en kinderen te vergroten.
De hygiëne op het Ghanese platteland laat zeer te wensen over. Schapen, geiten en kippen lopen los over de compounds, doen overal hun behoeftes zonder zich te storen aan spelende of rondkruipende kinderen. Ook mannen en vrouwen schuwen "wildplassen en -poepen" niet waardoor besmettelijke ziektes als cholera zich gemakkelijk kunnen verspreiden. Openbare toiletten moeten dergelijke epidemieën helpen voorkomen. De bouwprojecten leveren in zijn algemeenheid geen problemen op en geschieden bijna altijd in samenwerking met kerk- of gemeentebestuur. De bijdrage van de dorpelingen bestaat meestal uit "communallabour" en het leveren van bouwstoffen als zand, stenen en water. Kleinschalige bedrijfjes Deze zijn opgezet om inkomens te verbeteren en werkgelegenheid te scheppen. Door het verstrekken van leningen krijgen ondernemende mannen en vrouwen de kans een eigen bedrijfje of handeltje op te zetten. De doelstellingen worden wat dat betreft gehaald, maar het terugbetalen van de leningen verloopt in 80% van de gevallen uiterst moeizaam en vraagt veel tijd en inspanning van Wies en haar personeel.
Werkplaatsje met op de voorgrond een maismolen en daarachter een cassave-rasper
Landbouw
Zestig procent van de Ghanese bevolking verdient de kost in de landbouw. Door het lage productiepeil komt het gemiddelde dagloon vaak niet boven de euro en moet Ghana voedsel importeren. De bevolking groeit jaarlijks met 4 %. Als dit zo doorgaat zal het inwonertal binnen 25 jaar van 20 miljoen stijgen naar 40 miljoen. Wie gaat al deze monden voeden? De door Wies in 2000 opgerichte Dodzi-coëperatie wil onder meer met de uitgifte van micro- kredieten het werken in de landbouw stimuleren en (landloze) boeren en boerinnen in staat stellen behoorlijk de kost te verdienen. Hogere lonen moeten de ontvolking van het platteland en de trek naar de grote steden afremmen. Per 1-10-2002 stond in totaal 142,2 miljoen cedies aan leningen onder boeren en boerinnen uit. Tegen de huidige koers is dat ongeveer 18.000 euro.
Uit het staatje blijkt dat 70 groepen met in totaal 343 personen door "Dodzi" aan werk zijn geholpen met het verbouwen van yams, mais, bonen, okro, garden eggs, pepers en rijst. Weinigen van hen slagen er echter in om het streefinkomen van minimaal 300 euro per jaar te halen. Het jaar 2001 was bijzonder droog waardoor nogal wat oogsten mislukten. In 2002 viel meer dan voldoende regen, maar desondanks blijft de opbrengst per acre (te) laag. Verschillende oorzaken liggen hieraan ten grondslag. De vakkennis van de meeste boeren laat te wensen over, evenals de steun en advisering van de Ghanese overheid. Bovendien wordt bij gebrek aan kapitaal praktisch al het land nog handmatig bewerkt met kapmes en schop. Daardoor kan een boer(in) jaarlijks maar op 1 tot 1,5 acre gewassen verbouwen en twee keer oogsten.
De laatste jaren neemt de opbrengst in cedies per acre niet of nauwelijks toe. De prijzen van belangrijke niet-landbouwproducten als brandstoffen, bouwmaterialen, medische zorg en schoolboeken stijgen veel harder. Hierdoor gaan de Ghanese boeren, evenals elders in Afrika, er jaarlijks in koopkracht op achteruit. Het koersverloop van de cedie spreekt wat dat betreft boekdelen. Moest je drie jaar geleden 1200 cedies voor een gulden betalen, vandaag de dag zou je daar omgere- kend ongeveer 3600 cedies voor moeten neertellen. Deze neerwaartse spiraal kun je mijns inziens slechts ombuigen door meer acres per boer te gaan verbouwen en de productie per acre te verhogen. Om dit te bereiken heeft "Dodzi" in oktober 2002 een ervaren en deskundige Ghanese farmmanager aangetrokken. Hij zal de bij de coöperatie aange- sloten leden de nodige adviezen gaan geven, toezien op de voortgang van hun werk en een begin maken met het verbouwen van papaja' s in Gbefi. In samenwerking met de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie, ZLTO Midden-Brabant, wist ik in november 2002 een goede tweedehands tractor en een schoffelmachine te bemachtigen. Ook wil "Dodzi" binnenkort zaairnachientjes gaan inzetten om de maisproductie te verhogen. De farmrnanager krijgt tot november 2003 de tijd om tot meetbaar betere resultaten te komen. Afhankelijk van zijn prestaties en die van de overige leden zal het Dodzi-bestuur beslissen over de richting die de coöperatie de jaren daarna gaat inslaan
Een tractor zal de Dodzi-leden een handje gaan helpen
Veeteelt
De kippenfarm is inmiddels ter ziele. De betreffende vrouwengroep gebruikt het kippenhok nu als stal voor het houden en fokken van geiten.
De drie varkenshouderijen, waarvan er één wordt gerund door een priester, bestaan ieder uit een beer, enkele zeugen en 30 tot 60 biggen. Het mesten van varkens brengt met een maandinkomen van 400.000 tot 600.000 cedies (50 tot 75 euro) ruim twee tot drie keer zoveel op als het telen van land- bouwproducten, kost minder tijd en vergt ook veel minder lichamelijke inspanning. De varkenshouders begrijpen inmiddels dat ze door samenwerking, het uitwisselen van kennis en ervaring en het gebruiken van elkaars beren hun omzet nog aanzienlijk kunnen vergroten. Dit heeft mede door mijn toedoen sinds oktober 2002 geleid tot maandelijkse bijeenkomsten ten huize van Wies.
Visserij
De vissersvloot van de Dodzi-cooperatie bestaat momenteel uit vier boten met buitenboordmotor, netten en vallen. Behalve de vissers, meestal vier tot vijf personen per boot, profiteren een veertigtal vrouwen van de vangst. Zij verdienen hun geld met het roken en verhandelen van de vis. Ik heb twee v:an de vier groepen bezocht. Omdat de vraag het aanbod verre overtreft kan de vis direct bij aan- komst aan (vrouwelijke) handelaren worden verkocht. Toen ik stond te kijken bedroeg de netto winst, dus na aftrek van alle kosten zoals de visserslonen, zo'n 150.000 cedies per boot: een gemid- delde vangst voor de tijd van het jaar naar men mij verzekerde. Daar moet een landbouwer in de Volta Regio ongeveer 20 dagen voor werken! De vissers vertrekken 's morgens om 5.00 uur. Ze vissen het hele jaar en, als het weer het toelaat, zes dagen in de week. Van augustus tot en met november maken ze gebruik van vallen (traps); de rest van het jaar vissen ze met netten. 's Middags rond 13.00 uur komt de vis aan wal en wordt onmiddellijk gerookt om bederf tegen te gaan. Behalve aan de vissers verschaft deze lucratieve bedrijfstak ook werk aan bijvoorbeeld de makers van de boten, netten en vallen. De boten zijn verstrekt op basis van een lening die maandelijks dient I te worden afgelost. Als de vissers zich aan de met "Dodzi" gemaakte afspraken houden, zal Wies in de toekomst de steun aan hen uitbreiden.
OVERZICHT BESTEDINGEN SEPTEMBER 1999 -
OKTOBER 2002 ONDERWIJS;
de volgende scholen zijn gebouwd in: Gbodome: peuterdagverblijf Kpezelo: peuterdagverblijf in aanbouw. Vedeme: kleuterschool. Likpe Mate: kleuterschool. Korlenu: kleuterschool en basisschool in aanbouw. Tekrom: renovatie van een basisschool. Wudome: middelbare school (junior secondary school). Golokuati: junior secondary
GEZONDHEIDSZORG;
gebouwd in: Goviepe: consultatiebureau. Golokuati: renovatie gezondheidscentrum en toilet voor de kleuter- school. Agame: 12 latrines. Have: 10 toiletten met spoelbak. Woadze: 10 toiletten met spoelbak. Agame: kraamkliniek. Logba: bijdrage bouw kraamkliniek.
KLEINSCHALIGE BEDRIJFJES met werk voor 125 personen: Gbodome: werkplaats voor het maken van gari en palmnotenolie. Golokuati: investeringen in fabriekje voor het drogen van maïs; kantoor van de Dodzi-cooperatie; Dodzi-telecommunicatie- centrum; bakkerij; zeepmakerij, ijsmakerij en investeringen in een garage en weverijtje. Agbome: mobiel machientje voor het kraken van palmnoten. Ve-Hoeme: aanleggen van elektriciteit voor werkplaats met gari-productie. Tsigbe: maismolen en cassaverasper. Goviepe: maismolen en cassaverasper. Kedjebi: machientje om palmnoten te kraken en een draaibank. Akoefe: potten- bakkerij. Liati: werkplaats voor gariproductie. Korlenu: destilleerderij. Logba: werkplaats voor het maken van aluminiumpotten. Hohoe: zeepmakerij, schoenmakerij, timmermanswerkplaats, bakkerij en het bedrukken van stoffen. Akoepe: werkplaats voor het maken van gari.
LANDBOUW:
Eigendom Dodzi-cooperatie: Tekrom: 25 acres mangoplantage. Korlenu: 10 acres voor het verbouwen van diverse groenten. Sogba: 11 acres voor het verbouwen van diverse groenten en mais. Inmiddels voor 20 jaar door Dodzi gepacht: Gbefi: 50 acres voor het verbouwen van yams, pepers, mais, okro en garden eggs en vanaf 1-11- 2002 ook papaja' s.
Verder heeft de Dodzi-cooperatie de aanleg van vier plantages met in totaal 85 acres aan palmnotenbomen mogelijk gemaakt in Gbodome, Golokuati, Vedeme en Korlenu. Deze plantages zullen pas over een jaar of drie palmnoten voortbrengen. Tot die tijd worden tussen de boompjes maïs, yams, cassaves en bonen verbouwd.
Voor het verhogen van de landbouwproductie heeft Dodzi een dieselgenerator-waterpomp aange- schaft, alsmede vijf kleinere waterpompen met buizen en aanverwant irrigatiemateriaal. Ook de recentelijk gekochte tractor zal met ploeg, eg en zaairnachientjes voor dit doel worden ingezet.
Ook op de plantage in Korlenu wordt tussen de jonge palmnotenboompjes mais verboUwd
VEETEELT
met werk voor 18 personen: Gbodome: kippenfarm. Varkenshouderijen in Liati, Akoefe en Logba.
VISSERIJ
met werk voor circa 60 personen: Vier vissersboten met buitenboordmotor, netten en vallen aan het Volta Meer in de dorpjes Kpeve, Dzemini, Tokor en Abonoxoe. Verder worden momenteel in Taft en Lolobi twee visvijvers aangelegd. Mocht u naar aanleiding van deze nieuwsbrief vragen hebben of nadere informatie willen, dan kunt u schrijven/bellen naar Rob van Hoorn,
Giften aan Wies Dorgé: Bresillac Foundation (paters S.M.A.) te Oosterbeek, ABN AMRO nr. 40.06.14.030 o.v.v. L. Dorgé, er. no. 610.530.
Wij blijven u op de hoogte houden.