December 2008
Nieuwsbrief december 2008
Beste Nieuwsbrieflezers en -lezeressen,
De uit de Verenigde Staten overgewaaide kredietcrisis begint ook zijn tol te eisen in Europa, Australië en Azië. Aandeelhouders tellen hun verlies en huiseigenaren vrezen voor waardevermindering van hun bezit. Economen vragen zich niet af óf we in 2009 een recessie krijgen, maar hoe lang hij zal duren en hoeveel banen er zullen verdwijnen. Als onbeduidende deelnemer aan de wereldhandel lijken faillissementen van banken en bedrijven geruisloos aan Afrika voorbij te gaan. Dit continent kampt met zijn eigen, veelal armoe gerelateerde problemen. Hoe Wies die in haar omgeving probeert op te lossen en welke moeilijkheden ze daarbij ondervindt, beschrijft ze in deze nieuwsbrief.
Golokuati, december 2008
"Beste mensen, Wanneer ik terugkijk op het afgelopen halfjaar stel ik vast dat deze periode de moeilijkste was sinds mijn komst in Ghana, beginjaren '70. Toen ik halfjulij.1. van mijn Nederlandse vakantie terugkeerde in mijn woonplaats Golokuati kreeg ik te horen dat enkele dagen daarvóór onze ingenieur, James Asare, tijdens werkzaam- heden aan de watertoren van Goviefe-Todzi was overleden. Hij stierf op 66-jarige leeftijd aan een hersenbloeding en liet elf kinderen na, waarvan er nog drie thuis wonen. Deze bekwame Ghanees heeft voor de mede door mij opgerichte Dodzi-orga- nisatie enkele belangrijke projecten succesvol uitgevoerd. Ik noem bijvoorbeeld de waterleiding en de brug in Golokuati. Tijdens alle bouwprojecten werkte hij nauw samen met zijn vrouw. Ondanks haar verdriet en grote verlies slaagde zij er binnen enkele weken in een andere ingenieur te vinden. Een week later overleed één van de vaste werklui uit het bouw- team van Goviefe- Todzi aan de gevolgen van overmatig drank- gebruik. Ondanks al deze tragiek ging het soms keiharde leven bij ons gewoon door. Het waterproject nadert zijn voltooiing, een prestatie die mede te danken is aan de inzet van de lokale bevolking. (Zie foto's op bladzijde 2). De voorziening zal in de loop van december in gebruik worden genomen en de ruim 3.000 inwoners tellende dorpsgemeenschap James en Wies bij één van hun kranen het hele jaar door schoon drinkwater leveren. De laatste jaren zie je steeds vaker dat goed opgeleide, gepensioneerde Ghanezen uit de grote steden een deel van hun spaargeld gebruiken om stukken land in de Volta Regio te kopen. Dat doen ze om er voor de export geschikte producten als mango's, papaya's en ananassen op te kunnen telen. zen, steeds meer waarde hecht aan een goed functionerende landbouw- en veeteeltsector. In de praktijk betekent dit dat de regering meer en vaker geld uittrekt voor de training van de boerenbevolking en helpt bij de aanschaf van goed poot- en zaaigoed. Daarbij wordt meer dan voorheen samenwerking gezocht met onze Dodzi-coöperatie, die in de loop der jaren een goede reputatie heeft opgebouwd. Verleden maand heeft het ministerie van landbouw drie groepen uit het Hohoe-district gese- lecteerd voor deelname aan een speciaal programma, gefinancierd met geld uit het Millen- nium Fonds. Onze organisatie behoorde tot één van de drie. Dit betekent dat dertig bij Dodzi aangesloten boeren en boerinnen een cursus en begeleiding krijgen in het efficiënter verbou- wen van mais, rij st en groenten.
Ook het door Dodzi gestarte Agbeko-vrouwenproject in Goviefe Kowu krijgt overheidssteun. Deze groep vrouwen beschikt over twee hectare cassave en één hectare mais. Beide producten zijn veredeld en geven een betere oogst. De vrouwen maken maismeel en cassavedeeg en kun- nen niet aan de vraag voldoen. Ze verkopen inmiddels ook plantjes aan boeren uit de omge- ving en willen hun activiteiten gaan uitbreiden.Het is jammer dat de Ghanese overheid zich niet altijd aan haar woord houdt. Zo heeft onze bomenexpert, de heer Fianu, twee jaar geleden een tiental jongeren opgeleid in het kweken van bomen en vruchtdragende planten en struiken. De regering had deze mensen financiële ondersteuning beloofd bij het opzetten van hun eigen kwekerijen. Tot op de dag van vandaag is er nog geen cedi uitgekeerd. Afgevaardigden van het ministerie van landbouw hebben mij recentelijk gepolst voor de start van een nieuwe opleiding voor studenten uit het hele land. Hiervoor stelden ze mij een aan- zienlijk bedrag in het vooruitzicht. Ik heb hun fijntjes te kennen gegeven dat ik bereid ben daaraan mee te werken op voorwaarde dat zij eerst hun verplichtingen jegens onze eerste studenten nakomen. Geleidelijk aan heb ik het management van de watertoren in Golokuati in Ghanese handen kunnen leggen. Ik prijs me gelukkig met onze voorzitter, de heer Azar, een gepensioneerd hoofd van de school. Hij pakt de zaken verstandig aan en heeft ervoor gezorgd dat er mensen met pit in het bestuur zitten, waaronder twee vrouwen. De één heeft een goed lopende winkel en de ander is hoofd van een junior high school en onlangs gekozen tot beste leerkracht van ons district. Degenen, die hun drinkwater rechtstreeks aan huis geleverd krijgen, waaronder ikzelf, hebben dit jaar voor het eerst een rekening ontvangen;• een belangrijke stap voorwaarts en een bewijs dat de organisatie steeds beter van de grond komt. Een kuub water kost 1,20 cedis, dat is ongeveer 80 eurocent. Daarbij moet u bedenken dat het waterverbruik per hoofd van de bevol- king bij ons veel lager ligt dan in Nederland. Het financieel beheer van dit waterproject is, voorlopig nog, in handen van ons kantoor, zodat ik daar zicht op kan blijven houden. Onze werkgelegenheidsprojecten zijn dit jaar uitgebreid met een zaag- en schaaffabriekje waar drie mensen hun brood verdienen. Het is gespecialiseerd in het vervaardigen van deuren, kozijnen en luiken. De palmnootkraakmachine in ons voedselverwerkend fabriekje zorgt voor een afvalberg, be- staande uit palmnootdoppen, waarmee we ons geen raad weten. Een Nederlandse zakenman toont belangstelling voor deze doppen, die veel natuurlijke olie bevatten. Hij wil ze in grote hoeveelheden opkopen en gebruiken voor het opwarmen van ketels in tuinderijen.
Ook gaan we onderzoeken of deze keiharde doppen geschikt zijn als alternatief voor steen en hout in Nederlandse tuinen en plantsoenen. Het ziet ernaar uit dat in januari 2009 de eerste vracht van 30 ton naar Nederland wordt verscheept. Daarmee slaan we drie vliegen in één klap: we raken ons afval kwijt, verdienen eraan en het zorgt voor werkgelegenheid in onze omgeving. Het is me al jaren een doom in het oog dat onze boeren zo weinig aan hun producten verdie- nen. Vlak na de oogst van mais, yams en cassaves bezoeken opkopers uit de steden met grote vrachtwagens het platteland. Zij kopen hele oogsten tegelijk op. Omdat het daarbij om relatief grote hoeveelheden gaat, lijkt het of zo'n boer veel geld krijgt. Maar als je de bedragen terug- rekent naar een kiloprijs, is het maar een schijntje. We gaan volgend jaar onderzoeken of Dodzi de oogsten van de bij ons aangesloten leden te- gen een redelijke prijs kan opkopen en zelf voor verkoop in de grote steden kan zorgen. Door het geheel of gedeeltelijk uitschakelen van de tussenhandel zou Dodzi de inkomsten van haar leden aanzienlijk kunnen verbeteren. Zo blijft er nog genoeg te doen. In de nieuwsbrief van juni 2008 heb ik mijn beoogde opvolger Constant Tagnyam aan u voor- gesteld. Het is een intelligente, betrouwbare man, die zich dagelijks met hart en ziel inzet om de armoede in onze regio te bestrijden. Hij beschrijft onze samenwerking als volgt: "between me and miss Dorgé is a team spirit and a sense of collaboration. With this collaborative attitu- de we can achieve what Dodzi stands for: empowering local groups or persons to overcome poverty through their own initiative and creativity. Helping people to help themselves reduces poverty and thus uplifting their living standards in society." Met uw hulp hoop ik daar de komende jaren mijn steentje aan te blijven bijdragen.
Ik wens u fijne kerstdagen en een gelukkig en voorspoedig 2009."