Juli 2006
Nieuwsbrief Stichting help helpen juni 2006
Beste Nieuwsbrieflezers en -lezeressen,
Zoals de meeste van u inmiddels weten, woont en werkt Wies sinds 1972 in de arme, achtergestelde Ghanese Volta Regio. Zij zet zich daar met name in voor verbetering van onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid voor de plattelandsbevolking. De laatste tien jaar concentreren haar activiteiten zich in de dorpen tussen Ho en het 70 kilometer noordelijker gelegen Hohoe; de twee grootste steden in de Volta Regio. Wies kan de door de plaatselijke bevolking aangedragen projecten uitvoeren dankzij de financiële steun van ruim 100 organisaties en particulieren in Nederland die met haar werk sympathiseren. Hierdoor kunnen ook in 2006 en 2007 weer enkele belangrijke initiatieven worden gerealiseerd, waarover in deze nieuwsbrief meer. In de eerste helft van 2006 ontving Wies twee keer gasten uit Nederland. Zij stelden hun indrukken op schrift en leveren daarmee ook een bijdrage aan deze editie.
Een aantal nieuwsbrieflezers kreeg in januari 2006 een verzoek om steun voor de bouw van een brug over de Aflabo-rivier. Inwoners van acht buurtschappen, waaronder veel school- kinderen, moeten deze rivier oversteken om in Golokuati, de woonplaats van Wies) te komen. Andersom maken 700 boeren en boerinnen uit Golokuati bijna dagelijks deze overtocht om de ruim 1.000 hectare landbouwgrond te bereiken waarop zij de kost verdienen met het verbouwen van yams, cassaves, mais, rijst, bonen en de exploitatie van allerhande vruchtbomen. De Aflabo staat in de droge periode (tussen december en april) bijna leeg, maar kan met name in het regenseizoen een hoogte van vier meter bereiken en meer dan 15 meter breed worden. Het enige oversteekpunt bestond uit een levensgevaarlijke "brug", gemaakt van oude, los han- gende houten planken. Hij verkeerde in buitengewoon slechte staat en eiste jaarlijks slacht- offers die ervan afvielen of er doorheen zakten.
De bevolking wilde graag een brug waarover niet alleen voetgangers veilig kunnen lopen, maar waar ook fietsen, handkarren en kleine landbouwmachines overheen kunnen rijden. De landarbeid(st)ers hoeven hun producten dan niet meer kilometers lang op hun hoofd ofrug te dragen om de markt in Golokuati te bereiken. Bovendien kunnen ze met de naar hun land gereden werktuigen hun productiviteit en inkomsten verhogen. Voor dit project nam Wies opnieuw mr. James, een Ghanese ingenieur in de arm. Hij had enkele jaren daarvóór met succes het grote waterleidingproject in Golokuati ontworpen en uitgevoerd. Er zou een betonnen brug moeten komen: 21 meter lang, 3 meter breed en 5 meter hoog. Kosten circa 19.000 euro. Op het verzoek werd ziJ goed gereageerd dat eind februari de voor- bereidende werkzaamheden reeds konden beginnen. Op dit moment, begin juli, is de brug al flink gevorderd zoals op de foto's te zien is. Een tweede project dat in 2006 het daglicht zal zien, betreft de bouw van een opleidingscentrum in het plaatsje Kpando.
In 1996 hebben enkele Amerikaanse vrijwilligers van het Peace Corps samen met inwoners uit Kpando de NGO (Non Governmental Organization) "All in Motion" opgericht. Vrijwilligers worden binnen deze organisatie opgeleid om in hun vrije tijd rolstoelen te repareren, krukken te maken en rollators aan te passen. De Amerikanen keerden enkele jaren geleden terug naar de Verenigde Staten maar zorgen jaarlijks voor de aanvoer van containers vol rolstoelen en rollators die in Kpando door een Ghanese groep vrijwilligers, momenteel bestaande uit zo 'n 25 personen, worden opgeknapt en aangepast. Vervolgens worden de goederen gratis verdeeld onder arme Ghanese gehandicap- ten, vaak poliopatiënten, die zich daarvóór op handen en voeten door stof en modder moesten voortbewegen. De vrijwilligersgroep, waartoe onder andere enkele onderwijzers, een gehandicapte fietsen- maker en enkele gekwalificeerde lassers behoren, bedruipt zichzelf middels de verkoop van de containers en (kleine) giften van de plaatselijke Ghanese kerken en particulieren. De werkzaamheden breiden zich de laatste jaren gestaag uit. Zo vonden in 2005 ruim 100 rol- stoelen, 50 rollators en 35 paar krukken hun weg naar een nieuwe eigenaar of eigenares. Het ontbreken van een accommodatie voor de opslag van voorraden en onderdelen doet zich dan ook steeds sterker gevoelen. De goederen worden momenteel in individuele woonruimtes ondergebracht; een verre van ideale situatie. Reparatie, onderhoud en aanpassing geschiedt in de open lucht.
"AU in Motion"wil niet alleen de mobiliteit van gehandicapten verbeteren, maar hen ook werkgelegenheid verschaffen. Daarom staat bij de organisatie de bouw van een opleidings- centrum hoog op het verlanglijstje. In dit gebouw moet behalve een kantoortje ook een opslagplaats voor de goederen komen, alsmede een workshop waar met name gehandicapten een opleiding krijgen in vakken als lassen, stofferen en het herstellen, onderhouden en aanpassen van rolstoelen en rollators. Vanwege de vele slechte wegen in de Volta Regio is er veel vraag naar en behoefte aan rol- stoelen die handmatig worden voortbewogen met behulp van een ketting. Momenteel kan dit type rolstoel alleen in de hoofdstad Accra worden gekocht en gerepareerd. Daar wil men in Kpando verandering in gaan brengen. In het opleidingscentrum zal onder leiding van de fietsenmaker een deel van de uit Amerika afkomstige rolstoelen worden omgebouwd en voorzien van genoemde kettingen. Wies werkt al drie jaar samen met de groepsleden van "AU in Motion". Zij is telkens weer onder de indruk van wat deze groep voor haar gehandicapte medemens doet. Toen het bestuur bij haar aanklopte om hulp, hoefde ze niet lang na te denken en speelde het initiatief direct door naar Nederland. Enkele donoren hebben inmiddels toegezegd het project te zullen steunen. De kosten ervan bedragen 9.900 euro. Verleden maand is met de bouw van het opleidingscentrum gestart.
In bijna elke nieuwsbrief komt de deplorabele onderwijssituatie in de Volta Regio ter sprake. De educatieve voorzieningen laten er zeer te wensen over. De meeste leerlingen zijn gehuis- vest in "scholen" opgetrokken uit bamboe en gras ofleem. Door lekkende daken vallen vooral in het regenseizoen veel lessen uit met als gevolg slechte studieresultaten, gedemotiveerde leerkrachten en ontevreden ouders.
Van 2000 tot heden heeft Wies met uw hulp in haar omgeving achttien nieuwe stenen school- tjes kunnen bouwen en diverse opgeknapt. Ook dit jaar zullen enkele sponsors tezamen met de NCDO, de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwik- keling, circa 50.000 euro naar Wies overmaken voor de bouw van vijf schooltjes in de dorpen Kledzo, Kpandu-Augusi, Kukurantumi, Korlenu en Golokuati. De werkzaamheden zullen in de loop van deze maand starten en hun voltooiing vinden in 2007. In de nieuwsbrief van juni 2005 konden wij u berichten dat de door Wies in het leven geroe- pen Dodzi-coöperatie is versterkt met professor Daniël Fianu. Onder zijn deskundige leiding floreert momenteel in het dorp Korlenu een bomen- en plantenkwekerij met jonge, veredelde cacao-, citrus-, nootmuskaat-, palm- en cocosnotenboompjes; in totaal ruim 20.000 stuks. Het ligt in de bedoeling de boompjes deels te verkopen en een ander deel te bestemmen voor (middelbare) scholen in de omgeving. Dit levert de betrokken onderwijsinstellingen extra middelen op waarmee ze bijvoorbeeld extra lesmateriaal en boeken kunnen kopen. De heer Fianu wil zijn kennis dolgraag met anderen delen en heeft verleden jaar bij de Ghane- se overheid een plan ingediend voor het opzetten van cursussen in bomen- en plantenteelt. Voor dit project heeft de Dodzi-coöperatie verleden maand van de Ghanese regering een donatie van 15.000 u.s. dollar ontvangen! Een groot succes en erkenning van het werk dat Wies met haar mensen in de Volta Regio verricht. De Ghanese overheid staat namelijk niet bepaald als vrijgevig bekend waar het gaat om financiële steun aan plattelandsprojecten. En of het allemaal niet op kan, kreeg Wies een week later van het Ministerie van Agricultuur te horen dat haar coöperatie bij de afdeling bosbouw in aanmerking komt voor het in cultuur brengen van 9.000 jonge teakbomen die het ministerie gratis beschikbaar zal stellen. Ingezonden brieven: Mijn naam is Marina Ewalds. Samen met mijn zus heb ik in maart 2006 een bezoek aan Wies gebracht.
Wies en ik hebben elkaar in 1972 in Ghana voor het eerst ontmoet en sindsdien is er tussen ons altijd vriendschap gebleven. Tijdens ons verblijf hebben we onder meer de door Wies gebouwde scholen gezien die er prima uitzagen, maar ook gebouwtjes waar je nauwelijks nog school tegen kunt zeggen. Van enkele hebben we foto's gemaakt om de noodzaak van nieuwbouw of een goede opknapbeurt aan te tonen. Ook de brug in aanbouw hebben we bezocht. Daar wordt hard aan gewerkt en je zag al een duidelijke vooruitgang. De mensen willen echt wel vooruit komen, maar het is een moordend klimaat in Ghana. Daarbij komt nog eens de armoede van de mensen die in veel gevallen leidt tot ondervoeding. Toch heb ik geconstateerd dat er zaken verbeterd zijn. Als je het wegennet vergelijkt met mijn eerdere bezoeken dan is dat duidelijk te zien en te "voelen". De Ghanezen mogen blij zijn dat ze een vrouw als Wies in hun midden hebben. Als ik eerlijk ben, moet ik bekennen dat een stukje van mijn hart, vanaf mijn allereerste bezoek, in Ghana is achtergebleven. Laten we samen Wies en de Ghanezen niet vergeten. Tegelen, Marina Ewalds Tijdens het verblijf van onze dochter Ceciel in Ghana (sept.-okt. 2004) werden we, nog vóór ze weer op Nederlandse bodem belandde, geïnspireerd door de enthousiaste en levendige be- richten via brieven, e-mail en telefoon. Ze was erg onder de indruk. Zo verhaalde ze over de hartelijke ontvangst, de primitieve levensomstandigheden, de vriendelijkheid van de mensen en last but not least over het omvangrijke en diverse werk van de energieke Wies Dorgé. Naast het drinkwaterproject, de scholenbouw en de landbouw (het zogenaamde "grote werk") schreef ze, helpt ze heel veel mensen persoonlijk, wanneer ze in acute nood verkeren. Vaak om de aankoop van medicijnen te kunnen bekostigen of om een handeltje te beginnen. Ook spreekt ze mensen aan op hun mentaliteit. Ze probeert hen als het ware positief te activeren. Benieuwd ofwe ons in de enthousiaste verhalen van onze dochter zouden herkennen, besloten mijn man en ik, in gezelschap van Ceciel, in april 2006 Wies op te zoeken. Er viel ons overal een enorme hartelijkheid ten deel. Heel vaak werden we toegeroepen: "Be welcome papa, be welcome mama". We beseften dat dit te danken was aan de door Wies in de voorafgaande jaren opgebouwde goodwill. Uit de vele voorbeelden van hulp die Wies tijdens ons veertiendaags verblijf bood, willen we er één uitlichten. Op een dag kreeg Wies bezoek van een in uiterste wanhoop verkerende man. Zijn dochtertje was door een slang gebeten en haar voetje was door koudvuur van haar been gevallen. Ze mocht het ziekenhuis niet verlaten omdat haar vader de doktersrekening niet kon betalen. Met hulp van het Liliane-fonds kon Wies fmancieel bijspringen en de dochter een prothese toezeggen.
We zullen ons bezoek aan Wies en de dankbare bevolking niet gauw vergeten. Christine en Jos Konings