Juli 2007
Nieuwsbrief stichting Help helpen juli 2007
Geachte Nieuwsbrieflezers en -lezeressen,
Terwijl voor velen van ons de vakantie voor de deur staat, maakt Wies zich na een verblijf van enkele maanden in Nederland weer op om naar Ghana terug te keren. Haar wacht op- nieuw een groot aantal uitdagingen, waarover ze in deze nieuwsbrief openhartig verslag doet.
Beste mensen,
Verleden jaar mocht ik u met gepaste trots vertellen dat onze coöperatie met Ghanese overheids- steun een splinternieuwe tractor met eg, ploeg en een hydraulische trailer kon kopen. Na meer dan een jaar strijd tegen een vooral op ontmoediging gerichte bureaucratie konden we in maart 2007 de aanwinst op mijn compound bewonderen. De volgende dag klopten al enkele vrouwen uit de omgeving op mijn deur. Zij wilden de tractor, samen met onze vaste bestuurder, huren voor de aanleg van rijstvelden. Hiermee verdiende onze coöperatie binnen twee maanden ruim 2.000 euro. Voor onze regio is dat een niet onaanzienlijk bedrag. Het geld gebruiken we voor de aflossing van de restschuld op deze investering.
Ik hoor in Nederland veel praten over klimaatverandering. Het weer breekt de laatste tijd allerlei records, zowel wat de temperatuur betreft als de periodes van droogte en momenten met hevige regenval.
In Ghana is al geruime tijd te weinig neerslag gevallen. Dit heeft meteen grote economische gevolgen. Het water in het Volta Meer, belangrijk voor de opwekking van electriciteit, stond op een gegeven ogenblik zelfs twaalf meter lager dan normaal. Dit zorgde in grote delen van het land regelmatig voor langdurige stroomuitval. Hierdoor kon de enige cementfabriek in Ghana slechts op halve kracht produceren. Binnen een jaar steeg de prijs van een alsmaar schaarser wordende zak cement van 60.000 naar 100.000 cedis. Voor onze scholenbouw, die momenteel plaatsvindt in de dorpen Kledzo, Kpandu-Augusi, Kukuranturni, Have en Golokuati, betekende dit niet alleen een vertraging, maar ook een flinke overschrijding van de begrote kosten. Ondanks deze tegenslag hoop ik de scholen toch vóór 1 januari 2008 te kunnen opleveren. Ook de bouw van een opleidingscentrum voor reparatie, aanpassing en onderhoud van krukken, rolstoelen en rollators in het plaatsje Kpando duurde hierdoor langer dan gepland, maar is op wat schilderwerk na, praktisch voltooid.
Door de geldontwaarding van de cedi, de Ghanese munt, is dit betaalmiddel gedurende de laatste 10-15 jaar enorm gedevalueerd. Ooit evenveel waard als de dollar krijg je voor een euro momen- teel ongeveer 12.400 cedis. Je rekent met Ghanees geld dus al gauw met miljoenen. Als je bij een bank 10.000 euro omwisselt, loop je met een paar goed gevulde vuilniszakken naar buiten, zoals mij diverse malen is overkomen. Om aan deze ongewenste en tijdrovende praktijken een eind te maken, gaat de Ghanese overheid met ingang van 1 juli 2007 de oude cedis inruilen voor nieuwe. Voorzover mij bekend zal één nieuwe cedi in de plaats komen voor 10.000 oude. Te vrezen valt dat deze omwisseling de toch al snel stijgende kosten van levensonderhoud nog verder omhoog zal jagen. De verleden jaar gerealiseerde brug over de Aflabo-rivier draagt bij aan nieuwe ontwikkelingen in Golokuati. Deze ontsluiting zorgt niet alleen voor meer agrarische activiteiten in het achterland, maar er worden ook huizen gebouwd. Men is zelfs begonnen met het winnen van zand. Vlak bij de brug hebben zich twee wevers gevestigd die met hun medewerkers diverse stoffen vervaardigen. Eén van hen is gestart met een lening van "Dodzi". Hij betaalt zijn termijnen netjes op tijd af
De bomen- en plantenkwekerij onder supervisie van professor Daniël Fianu is verleden jaar met Ghanese overheidssteun uitgebreid met een opleidingscentrum. Om tot de cursus te worden toege- laten, moesten de studenten van de regering kunnen aantonen dat ze over een lapje grond van ten- minste één acre beschikten. Bovendien moesten de kandidaten een startkapitaaltje van 1,5 miljoen cedis op hun bankrekening hebben staan. De opleiding ging begin 2007 van start en duurde ongeveer drie maanden. Eigenlijk te kort, maar de overheid had niet meer fondsen. De 12 studenten maakten lange dagen van zes uur 's morgens tot zes uur 's avonds. Ze leerden onder meer hoe ze het land moesten beschermen tegen loslopen- de geiten, kippen en vuur. Ook het aanleggen van zaaibedden, het kweken van zaden en de kunst van het enten kwam aan bod. Na afloop van de training was iedereen geslaagd. Uit handen van docent en cursussamensteller Fianu ontvingen de kandidaten hun diploma. Een regeringsvertegen- woordiger beloofde hen een startkapitaal van 15 miljoen cedis. Hiermee kunnen ze een eigen kwekerij beginnen. Vanwege de door ons geleverde kwaliteit heeft de overheid ons gevraagd een tweede, soortge- lijke opleiding op te zetten voor jongens en meisjes uit andere provincies. Ik weet nog niet of ik op dit verzoek zal ingaan. Achteraf bleek het door de regering beloofde geld nauwelijks voldoende om alle kosten te dekken. De heer Fianu kreeg zijn werk -niet betaald en de administratieve romp- slomp die kleeft aan samenwerking met de Ghanese overheid grenst aan het onvoorstelbare. Ambtenaren laten je vele malen, zonder reisvergoeding, voor akkefietjes naar de hoofdstad Accra komen. Heen en terug toch een afstand van ruim 400 kilometer. Ze eisen vaak het onmogelijke en komen zelf in veel gevallen hun beloftes niet of onvolledig na. Zo hoop ik bijvoorbeeld van harte dat de geslaagde studenten het hun beloofde startkapitaal zullen krijgen. Ondanks deze tijdrovende activiteit heeft professor Fianu toch nog kans gezien om verleden jaar met hulp van het door Duitsers geleide "Forestry Department" tien hectare land te beplanten met 11.000 boompjes. In de loop van 2007 moeten er 8.000 exemplaren bijkomen. De jonge aanplant komt uit eigen kwekerij. Het ligt in de bedoeling in totaal minstens 40 hectare te bebossen. In het kader van "maatschappelijk verantwoord ondernemen" gaan we in Nederland het bedrijfsleven vragen dit project financieel te steunen.
Behalve dat dit project voorziet in plaatselijke werkgelegenheid, beperkt het de behoefte aan ille- gale houtkap. Bij aanwezigheid van voldoende productiebossen hoeven houthandelaren namelijk niet langer c1andstien te opereren in beschermde natuurgebieden. Een boom beschikt over het ver- mogen om het belangrijkste broeikasgas koolstofdioxide (C02) uit de lucht te filteren. Broeikas- gassen vormen als het ware een deken rond de aarde waardoor de warmte niet meer weg kan en de temperatuur op onze planeet stijgt. Een groeiende boom neemt C02 op uit de lucht en splitst dat in koolstof (C) en in zuurstof (02). Hij slaat de koolstof vervolgens op in zijn hout en geeft de .t zuurstof prijs aan de atmosfeer. Bossen dragen op die manier hun steentje bij aan het onschadelijk maken van broeikasgassen en aan het voorkómen van ongewenste klimaatveranderingen.
Om het drinkwaterprobleem in mijn woonplaats Golokuati op te lossen, is in januari 2003 in Ne- derland gestart met het werven van fondsen voor een waterproject; compleet met watertoren en een ondergronds buizenstelsel dat op zoveel mogelijk locaties tappunten met elkaar moest verbin- den. De geldinzameling liep zó goed dat ik enkele maanden later een Ghanese ingenieur uit de nabij gelegen stad Hohoe de opdracht kon geven met de bouw te beginnen. Voor deze belangrijke voorziening heeft u in totaal ruim 52.000 euro gedoneerd. Met dat geld konden in totaal 22 tapplaatsen worden aangelegd. De waterleiding kwam in november 2004 gereed, zoals u in voorgaande nieuwsbrieven kon lezen. We zijn nu bijna drie jaar verder en ik maak u graag deelgenoot van mijn ervaringen met dit project. Direct na voltooiing heb ik het hele complex overgedragen aan de gemeenschap. Het liefst had ik de organisatie rond de distributie van het water, het innen van de gelden en het onderhoud de eerste jaren in eigen beheer gehouden. Aangezien het bij drinkwater om een primaire levensbe- hoefte gaat, is echter bij wet vastgelegd dat het gemeentebestuur verantwoordelijk is voor het onderhouden van de waterleiding. Dit betekende dat het hele project in handen kwam van het Water and Sanitation Committee, afgekort Watson. Deze club bestond uit acht prominente (lees oude, slecht opgeleide) dorpelingen, allen mannen. Het betrof hier ouderlingen, "elders" genaamd, die samen met de uit een vooraanstaande stam benoemde chief in ons dorp de scepter zwaaien. Zij weten vaak van toeten noch blazen, maar vanwege hun afkomst en de status die een dergelijke openbare functie hun verleent, nemen ze zitting. Ondertussen houden ze stoelen bezet ten koste van jonge, goed opgeleide mensen. Deze krijgen geen kans en vertrekken, eerder vroeg dan laat, uit het dorp om hun geluk in grote steden te beproeven. In eerste instantie moest ik dus vanaf de zijlijn toekijken. Maar omdat dit comité in het verleden al had bewezen niet eens drie handwaterpompen in bedrijf te kunnen houden, hield ik mijn hart vast. Ik besloot de zaak goed te blijven volgen. Ik nodigde de voltallige groep in januari 2005 in mijn huis uit voor een vergadering. De eerste vraag die ik hen stelde was of ze ongeveer wisten hoeveel geld per jaar nodig zou zijn voor onderhoud en afschrijving van het project. Daarna vroeg ik hen of ze al hadden nagedacht over de prijs van een emmer water. Beide keren bleef het angstvallig stil. Toen ik opperde dat het misschien geen kwaad kon om hen de komende tijd als adviseur bij te staan, werd dit voorstel tot mijn opluchting door allen gesteund. Ik ontvouwde hierna mijn plan- nen over het innen van de gelden bij de tapplaatsen en stelde met hen de prijs van het water vast: 200 cedis (2 eurocent) voor 20 liter, een prijs die ook het naburige stadje Kpandu hanteerde. In januari, februari, maart, juli, augustus en september valt er in Ghana bijna tot geen neerslag. Dan wordt het meest gebruik gemaakt van de waterleiding. Gedurende de overige maanden van het jaar gebruiken de dorpelingen overwegend regenwater dat zij in tonnen opvangen. We stonden voor een droge periode. Het comité moest dus vlug aan de slag om mensen aan te wijzen die het geld bij de kranen zouden innen. Tot mijn teleurstelling gebeurde er de eerste twee maanden hele- , maal niets. We liepen dus al direct flink wat inkomsten mis. Ik nam contact op met de chief en spoorde hem aan het comité aan het werk te zetten. Vanaf dat moment kwam er onregelmatig geld binnen, maar het systeem functioneerde nog verre van vlekkeloos. Bij sommige kranen moest je wel betalen, bij andere weer niet hetgeen tot protesten bij de bevolking leidde. Heel frustrerend allemaal. Ik vergaderde regelmatig met het comité. De leden beloofden beterschap, maar veel ver- anderde er niet.
Op het eind van het jaar was ik benieuwd naar de inhoud van de kas. De inkomsten stonden, naar verluid, op een speciale bankrekening. Ondanks beloftes kreeg ik nooit bankafschriften te zien. Begin 2006 verspreidde zich in Golokuati het gerucht dat de penningmeester het gestorte geld van de bank had gehaald en met de noorderzon was vertrokken. Ik haastte me naar de chief om het verhaal te verifiëren. Met het schaamrood op de kaken moest hij bekennen dat de penningmees- ter, een ruim 70 jaar oude man en alom gerespecteerd "elder", er met de watergelden van door was. Het ging om een bedrag van ongeveer 6 miljoen cedis. Dit is zo'n 600 euro en vertegenwoor- digt in die streken een behoorlijk jaarsalaris. Niet lang daarna ontving ik het bericht dat de dief was overleden. Zijn familie wilde de man in Golokuati laten begraven, maar de dorpelingen weigerden dit. Eerst moest het gestolen geld worden terugbetaald. Tot zolang moest de man maar in de "freezer" blijven liggen. De niet al te draagkrachtige nabestaanden wisten 2 miljoen cedis bij elkaar te sprokkelen. Hierna kregen ze toestemming de overledene ter aarde te bestellen. Ondertussen bleef het sukkelen met de organisatie rond de waterleiding. Kleine reparaties werden te laat uitgevoerd en onderhoud gebeurde te weinig. Zoals ik vanaf het begin al vermoedde, miste dit comité de kwaliteiten om een dergelijk project naar behoren te runnen. Ik nam in de loop van 2006 contact op met onze ingenieur die op dat moment bezig was met de bouw van de brug over de Aflabo-rivier. Ik wilde de leiding over het waterproject in zijn handen geven. Verder benaderde ik enkele competente en betrouwbare inwoners met de vraag of zij wilden helpen bij het opzetten van een goede organisatie. Verzekerd van hun steun begaf ik me naar de chief met het dringende verzoek het Watson-comité te vervangen. Na moeizaam en langdurig onderhandelen gaf hij mij toestemming de nodige veranderingen door te voeren. Dit heeft eind 2006 geleid tot de oprichting van een nieuwe stichting met een eigen bankrekening. De naam luidt: Water Management Com- mittee, afgekort Watman. Het project loopt sindsdien op rolletjes. Golokuati is mede door deze drinkwatervoorziening de laatste drie jaar gegroeid van 3.000 naar circa 6.000 inwoners. Het dorp trekt steeds meer, voor Ghanese begrippen, bemiddelde gezinnen aan. Zij verzoeken de ingenieur regelmatig hun huis op het waterleidingnet aan te sluiten zodat ze over eigen kranen kunnen beschikken. Dit betekent extra inkomsten voor Watman. Uit dit verhaal moge blijken dat je er met de succesvolle bouw van een project nog lang niet bent. Om het werkelijk te laten slagen moet je, zoals in dit geval, de strijd aanbinden met vastgeroeste tradities die verdere ontwikkeling en vooruitgang in de weg staan. Oude, vaak niet tot weinig ge- schoolde mannen moeten plaats maken voor competente jongeren. Dat dit tot verzet leidt bij de gevestigde orde hoeft geen betoog. Toch moet met name op het platteland geleidelijkaan het besef doorbreken dat een dergelijke cultuuromslag nodig is om definitief met de daar heersende armoede te kunnen afrekenen. Tot slot dank ik u allen hartelijk voor uw steun waarmee ik mijn werk onder de Ghanezen kan voortzetten.
Met vriendelijke groet,