Juli 2009
Nieuwsbrief stichting Help helpen Juli 2009
Vóór u ligt de tiende jaargang van de nieuwsbrief over het ontwikkelingswerk van Wies. Het allereerste exemplaar zag het daglicht in augustus 2000. Sindsdien verscheen hij twee keer per jaar om u te informeren over het wel en wee van Wies bij haar pogingen de armoede in haar omgeving terug te dringen. Ook nu maakt zij u weer deelgenoot van haar lotgevallen.
"Beste mensen,
Zoals u in vorige nieuwsbrieven kon lezen, ben ik, samen met de lokale bevolking van het bergdorp Goviefe-Todzi in maart 2008 gestart met de bouw van een watertoren, die het plaatselijke drinkwaterprobleem moest oplossen. De oplevering van dit project stond gepland voor oktober/november 2008, maar de voorzie- ning kwam in werkelijkheid een maand later gereed. Het duurde toen nog tot eind februari 2009 voordat het water uit de kranen stroomde. (Zie onderstaande foto's).
Niet voor het eerst in mijn leven stuitte ik op hardnekkig verzet van de regionale electriciteits- maatschappijen. Dit soort nutsbedrijven is in Ghana in particuliere handen en als je hun medewerkers niets extra's betaald, maken zij weinig haast met de gewenste aansluitingen. Na veel discussies en dreigen met rechtszaken wist ik uiteindelijk zonder betaling van "advies- kosten" de klus gedaan te krijgen. De ruim 3.000 inwoners tellende gemeenschap heeft voortaan het hele jaar door toegang tot schoon drinkwater. Een uit haar midden benoemd comité is verantwoordelijk voor het innen van de watergelden en onderhoud en reparatie van het drinkwatersysteem. Behalve de water- toren en een pomp bestaat dit uit een buizenstelsel dat onder meer vier verspreid over het dorp de belofte de aansluitkosten van ongeveer 1.200 cedies (850 euro) voor haar rekening te zullen nemen.
Met de Dodzi-coöperatie blijven we onverminderd proberen de armoede onder de boeren- bevolking in mijn omgeving terug te dringen. Met het pachten van land, de aankoop van zaden en de aanschaf van waterpompen, irrigatiesystemen, maismolens, casaveraspers en palmnotenkrakers zetten we in op het stimuleren van productiviteit en werkgelegenheid. Daarbij staat ons sinds kort naast twee tractoren ook een powertiller ter beschikking. Deze machine kun je voor diverse doeleinden gebruiken. Je kunt er tot 1.000 kilo gewassen mee vervoeren, bijvoorbeeld van de akkers naar de lokale markten; hij is geschikt voor het ploegen van kleine rijstveldjes en zijn motor kan dienst doen als generator.
Ondanks al onze inspanningen valt het niet mee de inkomsten van onze bij de coöperatie aan- gesloten leden te vergroten. De meeste van hen zijn gewend te produceren voor eigen gebruik. Het bewerken van grotere stukken land vraagt niet alleen meer kapitaal, maar ook organisatie- talent, het vermogen om samen te werken en de nodige vakkennis. Met name aan dat laatste ontbreekt het vaak. Samen met Broeder Constant, mijn beoogde opvolger, broedt ik op plannen om de vaardig- heden van de boerenbevolking te vergroten. De Ghanese overheid belooft op dit gebied ook van alles, maar maakt tot op heden weinig van haar voornemens waar. Constant is zich goed aan het inwerken en de mensen beginnen met hem vertrouwd te raken. Ze weten dat ze met hun vragen bij hem moeten aankloppen en zich niet meer onaangekon- digd bij mij kunnen melden. Ik moet hem regelmatig afremmen, anders neemt hij te weinig tijd voor zichzelf. Zijn congregatie, de paters van de Heilige Geest, wil in mijn woonplaats een dependance vestigen. Als dat gebeurt, ga ik haar vragen een landbouwschool op te zetten voor praktische cursussen en trainingen, want daaraan bestaat grote behoefte.
Ondertussen hebben Constant en ik besloten om met name enkele veelbelovende groepen landarbeidsters langer en intensiever te begeleiden dan voorheen. Eén van hen is de uit dertig leden bestaande Agbeko-vrouwengroep uit Kowu. In 2007 kregen zij van hun dorpsehief 30 acres land voor het verbouwen van casaves en mais. Een acre is ongeveer 4.000 vierkante meter. De Ghanese regering gaf de vrouwen 8.000 nieuwe cedies, zo'n 5.700 euro, voor de productie van casavemeel en casavedeeg. 4.800 is een gift, 3.200 cedies een lening. Voorwaarde was dat de vrouwen voor een werkplaats zouden zorgen, waarin ze de met het overheidsgeld gekochte machines, zoals een casavemolen, -rasper en -droger, een dieselmotor en een ver- pakkingsmachientje, konden onderbrengen. Voor de bouw ervan ging de groep een lening van 2.000 cedies aan bij de Weta Rural Bank. Dit bedrag bleek bij lange na niet genoeg. Hierop sprong de Dodzi-coöoperatie bij met een achtergestelde lening van 6.000 cedies, waarmee het fabriekje kon worden voltooid.
Doordat de groep het door de regering beloofde werkkapitaal slechts gedeeltelijk ontving, kon zij in 2008 maar tien acres bewerken in plaats van de voorgenomen dertig. Hierdoor viel de omzet te klein uit om de kosten en aangegane verplichtingen te dekken. Zoals wel vaker gebeurt, dreigden hardwerkende mensen de dupe te worden van een overheid die zijn afspraken niet of onvolledig nakomt. Omdat het hier gaat om een bijzonder gemotiveerde groep met een voorbeeldfunctie voor hun omgeving en omdat de vraag naar casavemeel en -deeg uit grote steden als Tema en Accra onverminderd groot blijft, wil ik deze vrouwen graag verder helpen. Om het project rendabel te maken, moeten ook de resterende twintig acres in bedrijf worden genomen. Dit vereist een investering van 10.200 cedies. Verder wil Dodzi de lening van de Ghanese overheid en de rural bank (in totaal 5.200 cedies) overnemen, zodat de vrouwen geen 36% rente per jaar meer hoeven te betalen. Broeder Constant, de econoom van zijn orde, zal zijn boekhoudkennis aan- wenden om de administratie op orde te houden en de geldstromen bewaken tot het moment waarop de vrouwen die vaardigheden zelf beheersen.
Met uw steun hoop ik mijn werk nog jaren te kunnen voortzetten."