Juli 2010

Nieuwsbrief Stichting Help helpen Juli 2010

In maart 2010 vloog Aloys Janssen, één van de leden van Stichting Help Helpen, de organisatie die Wies steunt met haar werk, naar Ghana. Een maand lang logeerde hij bij Wies in haar woonplaats Golokuati en bezocht diverse projecten. In deze nieuwsbrief doet hij verslag van zijn ervaringen.

"Het was al weer twee en half jaar geleden sinds mijn bezoek aan Wies, maar het leek veel korter. Ja de tijd gaat snel en dat is niet alleen hier, maar ook in Ghana. Na het hartelijke weerzien met alle bekenden heb je na een paar dagen het gevoel dat je al weer een hele tijd in Golokuati bent. Er was een veelheid aan regeldingetjes te bespreken met verschillende mensen en organisaties rondom de overdracht van het werk van Wies aan broeder Constant. Wies wordt dan wel een dagje ouder, maar heeft nog weinig aan pit en gedrevenheid ingeboet. Het is niet voor te stellen hoe een dame met die leeftijd in de tropen loopt te rennen, te duwen en te trekken als een jonge deerne. Heel de dag actief voor steun aan de mensen daar. Ik neem er mijn petje diep voor af. In Golokuati zie je het langzaam aan beter gaan. Er is een aantal verkoopplaatsen bijgekomen en er liggen meer artikelen van betere en duurdere kwaliteit uitgestald bij de reeds bestaande winkeltjes. Ook de mensen daar worden ouder en soms ziek. Zo ben ik enkele keren op ziekenbezoek geweest bij Mister Anyomi, die kort voor mijn aankomst door een beroerte was getroffen. Anyomi werkte al jaren voor Dodzi en hield toezicht op enkele landbouwprojecten. Zelf had hij een farm met oliepalmbomen. In 2007 zag ik hem dagelijks in een witte doktersjas met een krant of andere papieren onder zijn arm bij Wies aankomen om de stand van zaken door te geven. Nu zat hij tegenover me, gedeeltelijk verlamd, in zijn snikhete kamertje. Hij kon zich heel moeilijk verstaanbaar maken. Hij had zojuist zijn laatste maandsalaris uitgegeven aan een medicijnman. Op zijn tafeltje lag een plastic tasje met een busselt je planten en wat struikentakjes. Van deze "kruiden" moest hij met behulp van water een extract maken en zich er dagelijks mee wassen. De medicijnman had hem verzekerd dat hij na negen dagen weer zou lopen en anders kreeg hij zijn geld terug. Wies zorgde voor een looprek en een rolstoel, zodat hij af en toe kon oefenen en even naar buiten kon. Na tien dagen bracht ik hem weer een bezoek en constateerde dat het slechter met hem ging. Naar zijn geld kon hij fluiten. De medicijnman beweerde dat de patiënt zijn goede raad niet had opgevolgd. Vlak voor mijn vertrek naar Nederland ben ik nog een keer bij Anyomi langsgegaan en zag geen verbetering. Een maand later kreeg ik bericht dat hij, 64 jaar oud, was overleden. Een tweede beroerte was hem fataal geworden. In Golokuati zullen ze hem missen. De man die jaar in, jaar uit in een witte doktersjas door het dorp liep, is er niet meer. Wij bedanken em voor zijn werk en inzet voor Dodzi. In de vorige nieuwsbrief kon u lezen dat farmer Mawuli, een van de leerlingen van de nu zo succesvolle boer Evans goed bezig was. Voor teelt in het droge seizoen had hij een lap grond bij een riviertje gepacht van een plaatselijk stamhoofd. Met een lening van Dodzi kon hij een waterpomp aanschaffen, waarna hij zijn landje vol pootte met meloenplantjes. Op een ochtend in november 2009 arriveerde hij bij zijn land en zag dat het was omgeploegd door zijn buurman, een blanke boer, die samen met een Ghanese advocaat een grote ananasen apajaplantage runt. Mawuli zat letterlijk met zijn handen in het haar en de zaak werd aangegeven bij de politie. De Ghanese advocaat betwistte het grondeigendom van het stamhoofd. Dergelijke geschillen komen in Ghana bijzonder veel voor en kunnen soms zelfs leiden tot gewapende conflicten. Het is vaak een kwestie van lange adem en veel procederen. Toen ik er in maart 2010 was, liep de zaak nog steeds. Met behulp van Dodzi heeft Mawuli inmiddels en ander stukje land gepacht dat eveneens aan de rivier ligt. Wies heeft voor hem geregeld dat alles op papier werd gezet. Alle partijen, ook de buren van de gepachte grond, hebben getekend voor het eigendom en de grenzen. We blijven Mawuli steunen en volgen. Ondanks deze tegenslag bleef hij hard werken. Aan inzet en capaciteiten ontbreekt het hem niet. Hij heeft enkele mensen in dienst, die hij op zijn beurt weer tot vakbekwame boeren opleidt.

Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2010 01  Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2010 02

Op een dag reed ik met Wies door de heuvels terug van een bespreking in Ho naar Golokuati. In de verte zagen we op een andere heuveltop ineens een grote "doos". We stapten uit en met mijn camera en telelens maakte ik er een foto van. Wies vertelde me dat het hier ging om de watertoren van Todzi, die zich aan de horizon liet bewonderen. Deze watertoren is met dçnaties uit Nederland door de Dodzi Foundation gebouwd en in november 2009 feestelijk geopend. Met broeder Constant heb ik daar een onverwacht werkbezoek gebracht om te kijken hoe een en ander liep. Ik kan de donateurs van deze watertoren berichten dat het een heel geslaagd project is. Het watercomité dat zich belast met de zorg over deze watertoren en de tappunten, doet zijn werk goed en met enthousiasme. Het ziet er allemaal spie en span uit. Bij inzage in de boeken bleek dat er van november 2009 tot maart 2010 een bedrag van 447 Ghana Cedis (ongeveer 240 euro) was gespaard. Dit geld is bedoeld voor reparaties en onderhoud. Voor één kubieke meter water betaalt het watercomité 0,86 Ghana cedis aan de waterleidingmaatschappij in Kpeve. Dat zijn de kosten die de maatschappij maakt om het water via pijpleidingen naar boven in Todzi te krijgen. De dorpelingen pompen het water vervo 1gens de toren in, waarna zeven taps (kranen) hun werk kunnen doen. De mensen betalen vijfpeswa's (0,05 GHC) voor een emmer drinkwater van 17 liter. Ter vergelijking: voor een plastic zakje met een halve liter drinkwater betaalt men hetzelfde. De bruto-opbrengst van één kubieke meter (1000 liter) is 2,94 GHC. Hiervan gaat 20% naar de mensen uit het dorp die de taps bedienen. Dit zijn ouderen en gehandicapten die zo een klein inkomen kunnen verdienen. Nu er schoon drinkwater is, komen er in het dorp minder ziektes voor. Bovendien hoeven kinderen en vrouwen niet meer dagelijks naar het 450 meter lager gelegen plaatsje Kpeve te lopen. Dat scheelt hen zes kilometer sjouwen. De kinderen kunnen nu meer naar school en de vrouwen hebben meer tijd voor hun gezin en het werk op hun landjes. Eén van de projecten waar ik ook benieuwd naar was, betrof de palmolieplantage van de middelbare school in Korlenu. Daar zijn zes jaar geleden met donaties uit Nederland 25 acres, ongeveer 10 hectare, palmoliebomen geplant. Nu worden daar de eerste vruchten geplukt. Bij een bezoek aan de school in een weekend zaten er leerlingen een centje bij te verdienen met het pellen van de palmoliepitten. Deze pitten worden bij de school verwerkt door drie vrouwen uit het dorp. Zij krijgen voor hun werk een vergoeding van de assemblyman uit Korlenu, die tevens in het schoolbestuur zit. Het is nog maar de eerste oogst en er komt veel handwerk aan te pas met het koken op houtvuurtjes in grote potten. De overblijvende vezels van de noten worden tot blokken geperst, gedroogd en daarna als brandstof verkocht. Tussen de almoliebomen kweekt de school nu nog groente. Doordat de bomen steeds groter worden, neemt de ruimte voor deze activiteit af De inkomsten, die geheel ten goede komen aan de school, moeten nu meer van de palmolie komen. Op de plantage bij de school werken ondertussen twee boeren en er is een bewaker die alles in de gaten houdt. Ook de leerlingen werken een halve dag in de week op het veld. De behoefte om wat kleine machines aan te schaffen voor hulp bij de verwerking wordt steeds noodzakelijker. Graag zouden we hen daarbij willen helpen.

Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2010 05  Stichting helphelpen nieuwsbrief juli 2010 06

Ik heb ook een bezoek gebracht aan de Agbeko vrouwengroep uit Kowu. Zoals in de vorige nieuwsbrief al vermeld, gaat het om een gemotiveerde groep van 26 vrouwen en 4 mannen, die mais en cassaves verbouwen en verwerken tot meel en deeg. Ook heb ik daar de jonge Amerikaanse vrouw Tanja Chang van het Peace Corps ontmoet. Zij begeleidt met veel enthousiasme deze groep. Ondertussen is er een goed boekhoudsysteem opgezet en een werkrooster gemaakt voor het schoonhouden van gebouwen machines. Iedereen heeft een taak en kan op de uitoefening daarvan worden aangesproken. Eerst was iedereen, dus niemand verantwoordelijk voor bepaalde schoonmaakhandelingen. Na invoering van de nieuwe regels ziet alles er heel schoon en netjes uit; zeker voor Afrikaanse begrippen. Twee en een half jaar geleden stond er alleen een ruwe uitenbouw zonder vloeren. Nu staat er een goed draaiend fabriekje met hard werkende mensen en een gedreven management. Met trots vertellen ze buitenstaanders over hun bedrijf en werk. Elke maand betalen de groepsleden een bedrag waarmee ze hun lening aflossen. Er is inmiddels een droger angeschaft om het productieproces te versnellen. Dit stelt de groep in staat meer omzet en nkomsten te verwerven. Het mais- en cassavemeel is van prima, gecertificeerde kwaliteit en er is een goede afzetmarkt voor. Verder zijn er bezoeken gebracht aan eerder gebouwde scholen en klinieken. Hier en daar kan het onderhoud wat beter, maar de middelbare school in Golokuati onder leiding van meester Seto en zijn medewerkers is een lust voor het oog. Tijdens een bezoek in de avonduren tref je er groepjes huiswerk makende leerlingen aan. De recentelijk aangelegde elektriciteit heeft dit mogelijk gemaakt. Door deze voorziening, in Nederland slechts heel gewoon, zijn de studieresultaten met sprongen vooruit gegaan. Namens heel veel mensen die ik bij de bezoeken aan de projecten in de Volta Regio heb gesproken, moet ik u, als donateur, hartelijk groeten en bedanken. Zij zijn blij met de steun die zij krijgen bij hun ontwikkeling, waarbij ze zelf ook flink de handen uit de mouwen teken. Mijn vakantiegeld is met deze reis goed besteed. Het is nuttig om contact met de mensen daar te onderhouden, te weten waar we het voor doen, te zien dat er vooruitgang is en dat elke euro goed wordt gebruikt."

Aloys Janssen