Juni 2008
Nieuwsbrief Stichting Help helpen Juni 2008
Beste Nieuwsbrieflezers en -Iezeressen,
"Al 35 jaar miss Dodzi" kopte het Brabants Dagblad in de krant van 29 april 2008. In het daarbij behorende artikel kijkt Wies terug op haar start als ontwikkelingswerkster in het begin van de jaren '70. Veel tijd om herinneringen op te halen gunt ze zichzelf echter niet. Wies richt haar blik liever op het heden waarin ze de basis kan leggen voor een betere toekomst en een menswaardiger bestaan voor "haar" Ghanezen in de Volta Regio. Dat ze na 35 jaar hulpverlening nog niets aan enthousiasme heeft ingeboet, mag blijken uit onderstaande brief.
"Beste mensen,
In de tweede helft van 2007 stonden op een zekere dag bestuurders van het bergdorp Goviefe- Todzi bij mij voor de deur. Zij vroegen ofik wilde helpen bij het oplossen van het drink- waterprobleem in hun 3.200 inwoners tellende gemeenschap. Goviefe- Todzi ligt niet ver van mijn woonplaats Golokuati in een heuvelachtig gebied op een hoogte van circa 450 meter. Vroeger viel er voldoende regen om de bewoners het hele jaar door van het nodige (drink)water te voorzien. Maar de laatste jaren neemt de neerslag steeds meer af waardoor de poelen in het droge seizoen leeg komen te staan. Dit betekent dat het dorp gedurende zes maanden per jaar, van november tot mei, voor haar drinkwater is aangewezen op het ruim 400 meter lager gelegen plaatsje Kpeve. Tijdens de droogte moeten vrouwen en kinderen dagelijks drie kilometer over slecht begaanbare paden naar beneden lopen, water halen in Kpeve om vervolgens met hun zware last dezelfde weg bergop huiswaarts te keren. De vrouwen verspillen met dit uitputtende werk onnodig veel tijd en energie. Bij kinderen leidt het vaak tot schoolverzuim of het niet maken van huiswerk. Een aantal jaren geleden hebben de dorpelingen geprobeerd iets aan deze onhoudbare situatie te doen. Met financiële steun van Zwitserse vrijwilligers en een bijdrage van de lokale bevolking lieten zij vanuit Kpeve een pijpleiding naar Goviefe-Todzi aanleggen. Groot was hun teleurstelling toen bleek dat het water hen niet kon bereiken vanwege onvoldoende druk in de buizen. Aanvullend zou een watertoren in Goviefe-Todzi moeten verrijzen en er zouden twee krachtige waterpompen moeten worden aangeschaft. Aan deze investeringen hing een prijskaartje van zo'n 48.000 euro. Ik speelde het verzoek door aan de mensen in Nederland die mij helpen met het werven van fondsen. Zij legden op hun beurt contact met Simavi. Deze organisatie beloofde het geld dat voor dit project zou worden ingezameld te zullen verdubbelen. Met deze toezegging startte in januari 2008 een geldinzameling die zó succesvol was dat ik al in maart de opdracht kon geven met de bouw van de watertoren te beginnen. Daarvóór hadden de dorpelingen al hun goede wil getoond door een twee meter diepe kuil te graven voor de fundering. Geen gemak- kelijke opgave, want zij moesten zich voortdurend door rotsachtig gesteente heen hakken. De werkzaamheden verlopen tot dusver voorspoedig, zoals u op bijgevoegde foto kunt zien. Als alles volgens plan blijft verlopen, kan het project eind oktober, begin november 2008 worden opgeleverd; precies vóór aanvang van het droge seizoen.
Het lijkt wel of met het ouder worden de jaren steeds sneller voorbij gaan. Ik voel me als 73- jarige nog bijzonder vitaal en doe dit werk nog altijd met evenveel plezier als 35 jaar geleden. Toch realiseer ik me heel goed dat het moment om mijn taken binnen de Dodzi-organisatie over te dragen aan jongeren steeds dichterbij komt. Het vinden van een geschikte opvolger staat daarom hoog op mijn agenda. Stap voor stap moet hij of zij mijn werk gaan overnemen om uiteindelijk geheel zelfstandig te functioneren.
In 1991 is tegenover mijn compound een kerk gebouwd voor de katholieke gelovigen in Golokuati. Verleden jaar heeft de bisschop deze parochie overgedragen aan de paters van de Heilige Geest. Het gaat hier om een internationale congregatie waar ook broeders deel van uitmaken. In tegenstelling tot hun voorgangers zochten de paters Willy, een Ghanees, en Ambrosius, een Nigeriaan, vanaf het begin contact met mij en waren ze geïnteresseerd in de activiteiten van Dodzi. Ik kwam er al gauw achter dat zij zich niet alleen om het zielenheil van hun parochianen bekommerden, maar ook om de materiële noden van de dorpelingen. Dit leidde ertoe dat pater Willy in 2007 toetrad tot het bestuur van de Dodzi-coöperatie en zich daar zeer intensief voor inzet. In mijn omgeving leven katholieken, protestanten en moslims in harmonie met elkaar. Bij mijn hulpverlening selecteer ik nooit op basis van geloof en ook Willy en Ambrosius doen dat niet. Om een voorbeeld te geven: de hervormde gemeenschap in Golokuati is al jaren bezig met de bouw van een stenen kerk. Door geldgebrek schiet het werk maar niet op. Enkele maanden geleden bezocht een delegatie van het protestantse bestuur de twee paters met de vraag of hun parochianen in het kader van "cornmunal Iabour" mee wilden bouwen aan hun gebedshuis. En zo geschiedde. Dat zie ik in Nederland nog niet zo snel gebeuren.
Verleden jaar vertelde ik pater Willy over mijn zoektocht naar een opvolger. Ik vroeg hem: "Jullie hebben toch ook broeders in de congregatie? Zou daar geen geschikte kandidaat tussen zitten?" Willy beloofde mij om bij zijn superieuren in Accra te informeren. Die besloten na enig beraad één van hun beste broeders aan mij afte staan. Hij heet Constant Tagnyam, is 40 jaar oud, van Ghanese afkomst en heeft economische wetenschappen gestudeerd. Sinds februari 2008 woont hij in een vleugel van mijn huis. Voordat hij bij mij kwam, droeg hij de verantwoordelijkheid voor de administratie en boekhouding van zijn orde in héél West- Afrika. Tijdens onze dagelijkse werkbesprekingen praat ik hem bij over de Dodzi-activiteiten en beoordelen we nieuwe hulpverzoeken. Het ligt in de bedoeling dat Constant na een inwerk- periode geleidelijk aan mijn taken gaat overnemen. Daarbij valt te denken aan het begeleiden van bouwprogramma's zoals scholen en klinieken, de aanschaf van de daarvoor benodigde materialen, bet financieel beheren van en toezicht houden op de onder verantwoordelijkheid van de Dodzi-coöperatie opererende ondernemingen zoals de hardhoutplantage, de boom- en plantenkwekerij, de diverse voedselverwerkende fabriekjes en de aflossing van uitstaande leningen. Bovendien zal hij zich belasten met het aannemen van opdrachten voor de twee tractoren die de coöperatie bezit en die onder de chauffeurs verdelen. Ook zal hij nieuwe projecten gaan begeleiden en mee helpen opzetten.
Broeder Constant, de beoogde
opvolger van Wies
De eerste drie jaar zal ik nog als supervisor optreden, maar als bet overdrachtproces volgens plan verloopt, zal mijn rol stapsgewijs kleiner worden. Tot nu toe zijn we alle twee zeer tevreden over onze samenwerking. Met uw financiële steun heb ik samen met de Ghanezen in mijn omgeving de afgelopen tien jaar veel initiatieven kunnen ontplooien. Een totaaloverzicht zou een hele nieuwsbrief omvat- ten. Degenen, die daar kennis van willen nemen, verwijs ik naar onze website: flover.nl/dodzi. Daarin staat onder meer te lezen dat we van 2000 tot heden 24 stenen schooltjes hebben ge- bouwd. Deze dienen ter vervanging van onderkomens, waarin lesgeven tot de onmogelijkhe- den behoorde. De komende jaren willen we wat minder in onderwijs gaan investeren en meer in landbouwprojecten. Ik heb het al vaker geschreven: 80% van de bevolking in Ghana is werkzaam in de landbouw en toch moet het land voedsel importeren. Doordat met name de laatste twee jaar de voed- selprijzen explosief stijgen, moet de Ghanese overheid steeds meer buitenlandse valuta neertellen voor de aankoop van producten als rijst en mais. Meer dan ooit ziet de regering ineens het belang van een gezonde landbouwsector. Liet zij haar boeren tot voor kort in de kou staan, de laatste tijd duiken allerlei programma's op om de landbouwproductie te ver- groten. Onze Dodzi-coöperatie wil deze kans aangrijpen om met allerlei nieuwe ontwikke- lingen mee te liften. Zo geeft het Ghanese Ministerie van Landbouw (Mofa) sinds kort land en zaden aan georganiseerde boeren en koopt hun gewassen op, hetgeen een zekere inkomens- garantie biedt. Verleden jaar kreeg Dodzi van Mofa de opdracht om twaalf hectare landbouwgrond om te ploegen voor even zoveel boeren. Met overheidssteun zou ieder van hen op één hectare rijst gaan verbouwen. Na het oogsten bleek dat één boer bijna net zoveel rijst van zijn veld had gebaald als de anderen samen. Twee collega's van hem wisten ook enkele zakken te vullen, maar de overige negen presteerden ver onder de maat. Teleurgesteld over het resultaat stelde Mofa een onderzoek in naar de grote productieverschillen. En wat bleek: de beste farmer had drie jaar ervaring met de rijstteelt, de andere twee, één jaar en de rest had nog nooit rijst verbouwd. Mofa nam direct maatregelen en stuurde de negen boeren op kosten van het ministerie naar een cursus. Van een dergelijke aanpak kon ik recentelijk alleen maar dromen. Deze nieuwe koers biedt veel hoop voor de toekomst. We willen blijven investeren in fabriekjes waarin maismolens, palmnotenkrakers, yam- en cassaveraspers landbouwgewassen verwerken. Dit soort bedrijvigheid schept banen en biedt steeds meer uitzicht op behoorlijke inkomsten.
Omdat wij 20 vrouwen uit Goviefe-Kowu in staat stelden een werkplaats te openen, kregen zij van hun regering een "zachte" lening voor de aanschaf van machines waarmee ze cassave- meel kunnen fabriceren. Dit meel verkopen ze aan bakkerijen die het mengen met bloem, waardoor brood goedkoper wordt. Dodzi gaat een groep van vijf vrouwen helpen met het maken van sito. Dit is een pasta bestaande uit gedroogde vis, uien, tomaten, peper en andere kruiden. Na goedkeuring door de "food and drugs board" kunnen de vrouwen hun product in van gestempelde etiketten voor- ziene potten verkopen aan supermarkten in de grote steden. De overheidssteun die de Ghanese boer ontvangt, zal ook onze landbouwprojecten positief beïnvloeden. Het geeft mij en de bij onze coöperatie aangesloten leden bovendien een extra prikkel om op de ingeslagen weg voort te gaan."
Met vriendelijke groet,
Wies Dorgé